Al is uw kracht gering, u hebt mijn woord bewaard en mijn naam niet verloochend (Openbaring 3: 8)

Wat een prachtige bemoediging voor die gemeente toen in Filadelfia.
Wat mij betreft een kernwaarde voor kerk van Christus’ zijn:
Alles verwachten van zijn Woord en alles wagen om zijn Naam bekend te maken.
Bruikbaar voor zijn Koninkrijk. Dat is voor mij ook de waarde van het kerkverband.
Niet als gemeente alleen, maar in een verbond van gemeenten samen elkaar helpen en bewaren bij het Woord van de Heer en zijn opdracht om te getuigen in de wereld.
Dat is voor mij de kern van een gereformeerde kerkorde en  kerkrecht.
Samen bewaken dat de heerschappij van de Heer door zijn Geest optimale doorgang krijgt en niet wordt verhinderd of ingeperkt door individuen, vergaderingen, instanties of wie en wat dan ook!
We zijn als Nederlands Gereformeerd kerkverband op weg naar eenwording met de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt.
Niet om onszelf sterker of invloedrijker te maken te maken, maar om nog meer elkaar te kunnen helpen ‘om onder ons het woord van God tot zijn volle recht te doen komen’ (Kol 1: 25).
Een leuke uitdaging: wie bedenkt een treffende nieuwe naam voor dit toekomstige verbond van kerken?
lees hier meer:

Het thema haakt aan op de oproep om ‘recht te zoeken’ in het Bijbelboek Deuteronomium en is gekozen door de kerken in Indonesië. De kerken in Indonesië vinden het belangrijk het recht voor ogen te houden als basis voor eenheid. In hun land hebben zij ervaren hoe onrecht zorgt voor verdeeldheid en exclusiviteit. Dit terwijl de samenleving voorheen juist gekenmerkt werd door samenwerking en solidariteit. Deze thematiek sluit prachtig aan bij de Week van Gebed voor de eenheid.

Ook in Ede is er een Week van Gebed, georganiseerd door Missie Nederland Ede en de Raad van Kerken Ede. Op de beide zondagen is er een viering en op de doordeweekse dagen een gebedsbijeenkomst.

De diensten zien er als volgt uit:

  • Zondag 20 januari : 16.00 uur Proosdijkerk, Veenderweg 193 – Peter Sinia, Jan-Peter Prenger en Wytze Laverman
  • Maandag 21 januari : 20.00 uur De Wissel, Bettekamp 99 – Gijs Lammers van Bueren
  • Dinsdag 22 januari : 20.00 uur De Wissel, Bettekamp 99 – Henk van Hemmen
  • Woensdag 23 januari : 20.00 uur De Wissel, Bettekamp 99 – Stef Looyen
  • Donderdag 24 januari: 20.00 uur De Wissel, Bettekamp 99 – Peter Slingerland
  • Vrijdag 25 januari : 20.00 uur De Wissel, Bettekamp 99 – Cor Snijders
  • Zaterdag 26 januari : 20.00 uur De Wissel, Bettekamp 99 – Henk de Wit
  • Zondag 27 januari : 17.00 uur Beatrixkerk, Beatrixlaan 54 – Theo Pieter de Jong

Namens de werkgroep,
Henk de Wit (henkdewit@solcon.nl) & Erna Hulstein (wim@hulstein.eu)

1 Koningen 17: 1
De Tisbiet ​Elia​ uit ​Gilead​ zei tegen ​Achab:
‘Zo waar de HEER leeft, de God van Israël, in wiens dienst ik sta,
de eerstkomende jaren zal er geen dauw of regen komen tenzij ik het zeg.’

Openbaring 8: 1-5
Toen het lam het zevende ​zegel​ verbrak, viel er een stilte in de hemel, gedurende ongeveer een half uur.
Ik zag de zeven ​engelen​ die voor Gods troon staan. Ze kregen alle zeven een bazuin.
Toen kwam er een andere ​engel, die met een gouden wierookschaal bij het ​altaar​ ging staan. Hij kreeg een grote hoeveelheid ​wierook​ om die op het gouden ​altaar​ voor de troon te offeren, samen met de ​gebeden​ van alle ​heiligen.
De rook van de ​wierook​ steeg met de ​gebeden​ van de ​heiligen​ uit de hand van de ​engel​ op naar God.
Toen nam de ​engel​ de wierookschaal, vulde hem met vuur van het ​altaar​ en wierp dat op de aarde.
Er volgden donderslagen, groot geraas, bliksemschichten en een aardbeving.

Gemeente
We starten met een serie over de profeet Elia.

Een van de belangrijkste profeten uit de Bijbel.
En als je zegt Elia dan zeg je tegelijk ook koning Achab.
De twee hoofdrolspelers die lijnrecht tegenover elkaar staan
De profeet Elia die in dienst staat van de HEER, de God van Israël, Jahweh.

Elia, Elijahu in het Hebreeuws betekent God is Jahweh
Zijn naam is zijn boodschap.
Achab de zo’n beetje de slechtste koning die ooit over Israel heeft geregeerd.
Dat kregen we al in een paar zinnen mee,
Achab deed wat slecht is in de ogen van de HEER; zijn gedrag was nog erger dan dat van zijn voorgangers.
Zo deed hij allerlei dingen waarmee hij de HEER, de God van Israël, tergde, meer nog dan de vorige koningen van Israël gedaan hadden.
Ik werk dat zo meteen verder uit.
Maar eerst dit.
Dit negatieve oordeel van de Bijbel is profetisch
Dat wil zeggen, dat zie je niet zomaar, want op het eerste gezicht is Achab best wel een goede koning.

Hij bracht eenheid vrede welvaart.
Internationaal stond hij in aanzien doordat hij een belangrijke rol had bij afstoppen van de agressie van de Assyriërs.
Hij heeft de bloedige broederstrijd met het koninkrijk van Juda beëindigd,
hij werd een bondgenoot van de zeer gelovige koning Josefat.
Zijn dochter trouwde met de zoon van Josefat.
Hij heeft op het slagveld zich dapper en succesvol gedragen
En hij was ook niet los van de God van Israël.
Alleen al de namen van zijn kinderen

Joram, De HEER is groot
Atalja, de HEER is verheven
Achazja(hu) de HEER houdt vast
Me dunkt!
In onze dagen zou hij geprezen worden om zijn ruimhartige politiek en het creëren van een multireligieuze samenleving.
Achab staat misschien wel dichter bij ons dan ons lief is.
Want Bijbels gezien komt hij er niet best af.
Waarom?
Waarom was hij erger dan zijn voorgangers?

Jerobeam met zijn beeldendienst wilde nog wel de HEER de God van Israel blijven dienen.
Achab introduceerde echt een vreemde god, de oude god van de Kanaänieten.

Hij herintroduceerde dat oude leven zoals dat was voordat Israël in het land kwam.
Dat deed hij om politieke redenen.

In zijn conflict met aartsrivaal Aram sloot hij een verbond met koning Etbaal van Sidon en trouwde diens dochter Izebel en met en zeker ook door Izebel gaf hij ruim baan voor de baalgodsdienst in zijn eigen rijk en bouwde zelfs een tempel voor de Baäl in de hoofdstad Samaria en richtte hij een asjera op, teken van de moedergodin.

Baal betekent Heer en bezitter, de Bezitter van het leven, van de vruchtbaarheid en van de voortplanting en van de seks
En wie baal diende werd zelf een bezitter van het leven
Baal staat voor de oerzonde van de mens: ik ben zelf baas over het leven.

Ik doe het zelf godsdienst.

In het oude Kanaän is het leven er zo door verpest dat het rijp werd voor het oordeel.
Het land spuugde zijn inwoners uit.
De aarde zelf keerde zich tegen haar bewoners.
Wie baal van zijn eigen leven wordt, maakt het leven onleefbaar.
Afschuwelijke wreedheid, gruwelijke kinderoffers smerige seks

Israel was daar juist van verlost en diende de God die het leven geeft Het leven kun je alleen maar in eerbied en vertrouwen ontvangen.
Niet in eigen hand maar uit Gods hand.
Uit zijn liefde en trouw en zijn heilzame leefregels.
Israël had dat echte leven in afhankelijkheid van God moeten laten zien aan de hele wereld
Maar Achab greep terug op dat oude leven van Kanaän van baal en Asjera.
Het leven en de dood in eigen hand.

En met dat in het achterhoofd moeten we dat verslag horen over de herbouw van Jericho
Het is tekenend.
Maar opnieuw, op het eerste gezicht lijkt die herbouw van Jericho zo logisch en vanzelfsprekend.
Jericho een grensstad op een militair zeer gevoelige locatie.

Daar kon je de Jordaan oversteken en daardoorheen lag het hele land voor je open.
Natuurlijk zorg t een goede koning ervoor dat juist daar de defensie weer op orde is.
En zo krijgt zijn bouwmeester Chiël de opdracht Jericho als militair verdedigingswerk te herstellen.
Met een gezinsdrama als gevolg
Chiel moet het met de dood van zijn zonen bekopen.

Maar waarom dan?
Waarom was de herbouw van Jericho zo erg?
Waarom moest Jericho een ruïne blijven?

Omdat Jericho ooit het symbool was van dat leven van Kanaän.
Dat leven in eigen hand,
dat leven dat zichzelf bederft.
Alle 7 volken van Kanaän waren in Jericho vertegenwoordigd geweest.
Jericho de onneembare vesting die de ingang naar het beloofde land blokkeerde.

Eerder waren de verspieders vanuit de woestijn, 10 van de 12, door de muren en de kracht van Jericho zo ontmoedigd dat ze geen toekomst meer zagen in het beloofde land

Maar toen Israël veertig jaar later toch nog voor de muren van Jericho stond, was het niet Israël dat de blokkade Jericho wegnam, maar God alleen.
Israel dat 7 dagen om de stad heen moeten lopen en de 7de dag zelfs 7 keer.
Israel had niet anders dan moeten juichen en the walls came tumbling down
Jericho moest een ruïne blijven als een monument als een herinnering aan het feit dat niet door eigen kracht maar uit Gods hand Israel het beloofde land had gekregen.
Maar ook deze fatale bres in de defensie van Israel moest open blijven als een permanente herinnering dat wij ons leven niet zelf kunnen bewaren, kunnen maken, maar dat we elke dag leven uit zijn hand, dat ons leven alleen leven is en leven blijft als we dat doen in diepe afhankelijkheid van God zelf.
Rustige gaan slapen met de voordeur open want God waakt over ons zoiets.
Israel moest dus kwetsbaar durven zijn
Israel mocht kwetsbaar zijn, zonder dat dat een probleem was.
En dan je kwetsbaarheid niet zelf proberen te overwinnen, maar die telkens weer in Gods handen leggen.
Durf maar klein en zwak en kwetsbaar te zijn, dan kan God je leven goed maken.
Jouw kwetsbaarheid niet als een probleem zien, maar als een opening voor Gods genade en kracht.
Jouw kracht is niet in eigen bezit, maar is in God.
Dat is zo’n basisregel in het koninkrijk van God.
Die zie je telkens weer terugkeren.
Het is een basisregel die we nodig hebben tegen de stroom in
De stroom van onze oude mens die geen God boven zich wil, wel naast zich, wel onder zich, dat mag allemaal, maar een God aan wie je je moet overgeven, aan wie je jezelf uit handen moet geven bij wie je leert zeggen niet mijn wil maar uw wil geschiede
Dat weigert de oude mens pertinent en dat is de onderstroom van ons mens-zijn
En daar moet je je telkens van afkeren
Dat moet je telkens weer ontmaskeren in je leven ook en juist in je christelijke leven
En dat is een gevecht op leven en dood
Daarom die indringende woorden van Jozua

Wij vervloeken ten overstaan van de HEER iedere man die het waagt deze stad, Jericho, weer op te bouwen. Hij zal de fundamenten leggen ten koste van zijn oudste zoon en de poortdeuren bevestigen ten koste van zijn jongste zoon.’
Wie het leven in eigen hand neemt
Wie zijn kwetsbaarheid overschreeuwt negeert compenseert maar het niet in Gods handen neerlegt die voor een weg naar de dood.
Die kiest voor een leven waar je kinderen geen leven meer hebben.
Die kiest voor een land voor een aarde zonder toekomst.
En dat is serieus.
Zo serieus dat honderden jaar na dato die waarschuwing en die vloek in werking trad toen Chiel Jericho ging herbouwen.
Ten kost van zijn kinderen.
En zeg nou niet waarom kan God zoiets toestaan
God waarschuwt hiertegen.
Kies dan het leven kies, de hele Bijbel is een grote liefdevolle maar ook gepassioneerde roep van God
Mens van me
Kom kom terug geef me je leven je hart geef je helemaal en je zult leven,
Maar blijf je op jezelf, blijf je je eigen baal: dan zul je sterven
Jericho werd herbouwd en werd meteen een grafmonument
De zonen van Chiel zijn zo in hun sterven boodschappers van de God van het leven geworden

En wat betekent deze levenswet voor ons nu?
Ik vind het griezelig actueel.
Zijn we als samenleving niet bezig ons eigen Jericho te herbouwen? Of met die andere naam Babel?

Het leven in eigen hand, het begin en het einde.
Elke kwetsbaarheid moet uitgebannen worden
Het leven is maakbaar en dat moeten we dus waarmaken.
Alles moet gecontroleerd worden
De zorg en het onderwijs bezwijken onder onze controledwang

Ongelukken worden niet meer geaccepteerd
Schuldigen moeten worden gezocht en ter verantwoording geroepen
Mensen worden geofferd op het altaar van de maakbaarheid van ons leven.

Vroeger leefden mensen met al hun kwetsbaarheid en onzekerheid in vertrouwen op God
Wat dan ook, hoe dan ook, dat regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, eten en drinken, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede in Gods handen zijn en dat Hij voor ons zal zorgen.

Maar dat geloof wordt fel afgewezen.
In zo’n God geloof je toch niet meer
Nee, vandaag is ons vertrouwen op ons zelf gebaseerd en dus moeten we er zelf voor zorgen, tegen alles ingedekt te zijn.
Maar rust vind je zo nooit.
De prijs is hoog
Er zijn geen grenzen meer in de wetenschap en de geneeskunde en alles is toegestaan om alle kwetsbaarheid uit te bannen.
Alles is geoorloofd
Tot en met het sleutelen aan de bouwstenen van het leven en het experimenteren met embryo’s
Baas over ons eigen leven, de euthanasie praktijk breidt zich al verder uit.
Wie gaat in de toekomst bepalen wie nog mag leven en wie niet?

En wee je gebeente als je de zwarte keerzijden gaat benoemend van een abortus laten plegen en aanstaande moeders wil helpen te kiezen voor het leven. Dan krijg je wel wat te horen

En dan de toekomst van de aarde.
Van harte mee eens om verantwoord met de aarde om te gaan.
Ons leven in eigen hand heeft een loodzware wissel getrokken op de aarde en de leefbaarheid daarvan.
Onze klimaatproblemen zijn het gevolg van het leven in eigen hand nemen
En de aarde exploiteren voor eigen gewin.

Als eertijds Kanaän keert nu de hele aarde zich tegen de mens.

Maar het omgekeerde dreigt ook, dat we nu bezwijken onder de druk om de aarde voor onze kinderen te redden.
Dat we menen onszelf te moeten en te kunnen verlossen.
Een uitdaging voor christenen die zich inzetten voor de aarde en het milieu, kijk uit dat je niet in die stroom van zelfverlossing wordt meegezogen
Durf te zeggen dat we onszelf en de aarde echt niet kunnen redden
En juist omdat je weet dat wij de aarde niet leefbaar kunnen houden, is er ruimte voor ieders kleine eigen bijdrage.
Want de aarde is en blijft in Gods hand.

En dan nog dichterbij ons eigen leven.

Hoe moeilijk is het om je kwetsbaarheid en beperktheid te tonen in een Facebook cultuur die streeft naar het perfecte ideale en gelikte

En ook als het gaat om ons geloof ons christelijke en kerkelijke leven, geldt die levenswet dat we onze kwetsbaarheid niet moeten willen overwinnen, maar in Gods handen leggen.

Het evangelie kan ontaarden in een overwinningsideologie of in een welvaarsevangelie.
Dat je staande in het geloof en de overwinning van Christus door de kracht van de Geest al je gebrokenheid en zonden en ziekten kunt overwinnen.
Dat is een vervalsing van evangelie

Dat voor God het beste niet goed genoeg is en dat je dus moet gaan voor de perfectie.
En dat alles wat niet perfect is, dus teleurstelt en dus reden is om of te gaan klagen of je biezen te pakken.

Het aantrekkelijke van een christelijk leven en een christelijke kerk dat het allemaal perfect is en ideaal en optimaal in alle opzichten?
De verleiding is groot
Want er kan zoveel
Perfecte muziek, perfecte techniek, perfecte optredens, perfecte prediking
Met voldoende middelen is er zoveel mogelijk.
Maar is dat het?
Of is dat toch ook toch weer datzelfde die oerdrang om al onze kwetsbaarheden te overwinnen
In plaats van dat we onze kwetsbaarheden zien als openingen om dichter bij elkaar te komen en zo samen te gaan hongeren en verlangen naar wat God zal geven.
En dat je leert om gewoon blij te zijn met elkaar ook of juist als het niet perfect en in orde is, als het wat tegenvalt of schuurt.
Dat we zo gaan proeven wat genade echt is en echt doet.
Dat je in trouw aan elkaar en liefde voor elkaar gaat leven uit de liefde van God.
Dat je vecht tegen die onderstoom die het onvolmaakte en gebrokene weigert te accepteren – al of niet in naam van God

Maar dat je met Paulus leert zeggen:
Heer, het is goed dat u me niet van die doorn in het vlees verlost want zo blijf ik dicht bij u en bij uw genade en zo blijf ik dicht bij wat u van mij vraagt
niet dat ik een toonbeeld wordt van de perfecte christen,
maar een toonbeeld van een mens die steeds meer leert leven van uw genade en liefde en pas zo echt een bron van uw genade wordt.
Een kwetsbare kaars in de wind die toch blijft branden

Dat we gaan leren wat het betekent
Pas als ik zwak ben dan ben ik machtig.
Een oefening in nederigheid, in afhankelijkheid in trouw en liefde.
God verlost en vernieuwt ons in dit leven niet totaal en ten volle.
Juist niet
Dan zouden we de genade misschien wel voorgoed gaan missen.
Daarom laat hij ons in onze kwetsbaarheid, zwakte, in onze strijd en pijn en aanvechtingen
Om juist daarin ons te kunnen bereiken met zijn genade
Met zichzelf
Met zijn liefde voor ons.
Een Petrus die verder moest met het vreselijke besef dat hij tot driemaal toe zijn Heer had verlaten en verloochend, maar die juist zo kwetsbaar een herder kon zijn voor al die kwetsbare schapen en lammetjes – lieve mensen samen met jullie leef ik van zijn liefde alleen.
Paulus die verder moest met die doorn in het vlees maar ook met het besef dat hij de gemeente van zijn heer bloedig heeft vervolgd, hij noemt zichzelf een miskraam, maar die juist zo echt de apostel van de genade van zijn heer kon zijn
Zoals Leonard Cohen het zong

In alles zit een barst
Dat is hoe het licht binnen komt

Amen

Dus missen we al te gemakkelijk het addertje dat hier schuilt onder het gras: het streven om onze kwetsbaarheid te overwinnen en dat ons zo Gods verlossing doet missen
1 Koningen 16: 29-34 vertelt het verhaal van de koning die Jericho laat herbouwen als vestingstad. Deze open bres in de muur van zijn defensie. Niets lijkt meer redelijk en verstandig dan dat. En toch blijkt het een dodelijke leugen. De bouwmeester Chiel raakt zo kinderloos. We stuiten hier op een geestelijke les ten leven.

Daarover zondag meer. Om er in te komen: hieronder mijn bespreking van het boek van Larry Crabb, The real Church (De ideale kerk), eerder verschenen in Samenhang.

Passie voor God
Afhaken.
In zijn boek: “de Ideale Kerk” confronteert Larry Crabb zichzelf en zijn lezers met de vraag waarom hij steeds minder gemotiveerd raakt om naar de kerk te gaan. Larry Crabb, een zestiger altijd positief en betrokken geweest in het geloof en kerk. . Een gewaardeerd schrijver en spreker met tientallen christelijk boeken op zijn naam. Dan toch die ontdekking dat de kerk hem steeds minder doet. Hij ontdekt ook dat hij hierin niet de enige is.
Crabb is orthodox en evangelisch. Geen kerk die het evangelie laat verdampen in algemene religiositeit en medemenselijkheid, maar die de blijde boodschap Bijbels en enthousiast verkondigt. Crabb heeft het over kerken zoals de onze, waarbij hij opmerkt: ”Alle goede Godswoorden klinken, maar de Godskracht ontbreekt”. Hij verlangt naar een kerk waar Gods waarheid mensen daadwerkelijk bevrijdt en verandert.

Geen zelfhulpclub
Een kerk met een hartstochtelijk verlangen naar God. Niet vanuit eigen overvloed, maar juist vanuit eigen leegheid. Veel van wat in de kerk gebeurt, is er op gericht om die leegheid of te camoufleren of te vullen met het surrogaat van eigen makelij. Een hoogliturgische dienst die knap in elkaar steekt, maar die buitenkant blijft en slaapverwekkend is. Een preek waarvan het volume groter is dan de inhoud en vooral aandacht vraagt voor het talent van de prediker. Blijde kerkmuziek met glimlachende zangers die eindeloos regels herhalen. Kleine groepen waar het meer gaat om het onthullen van onszelf dan op het meer leren van God.
Crabb confronteert ons met een manier van kerkzijn waarbij we van alles doen en organiseren, maar waaruit God en de hartstocht naar God zelf verdwenen is of zelfs gehinderd wordt. Dan doen we de goede dingen, die allemaal één ding gemeenschappelijk hebben,” een duivels ding dat wij engelachtig noemen: hanteerbaarheid”. Allemaal wenselijke dingen, maar zonder honger naar God.

Echtheid
Het boek van Crabb riep soms irritatie bij me op. Haast cynisch en afbrekend. Maar al doorlezend riep het toch het meest een diepe herkenning en een diep verlangen bij me boven.
Het verlangen naar echtheid. Het verlangen naar echt door God zelf geraakt worden tot in het diepst van mijn ziel. Het verlangen om zo zondags samen te komen. Om zo elkaar op al die andere momenten te ontmoeten. Het verlangen dat onze woorden, onze gesprekken, onze diensten niet maar een mooie christelijke, evangelische, gereformeerde, Bijbelse show zijn, maar dat we in diep ontzag en onbeschrijfelijke blijdschap alleen maar kunnen erkennen: God is hier. God kan en wil zo veel meer in ons en met ons en door ons doen, dan wij kunnen meten en beseffen. Die ontdekking alleen al doet ons hongeren en dorsten naar meer, zodat we met honger uitzien naar de zondag en de kerkdiensten, naar de Bijbelkring, naar een huisbezoek, naar een kerkenraadsvergadering en naar noem maar op.

Honger
Dat trof mij toch het meest in Crabbs boek: die honger, die hartstocht. Dus niet een zoeken naar of zelf creëren van volheid, maar allereerst een ontdekt worden aan eigen leegheid en smerigheid. Om zo oren te krijgen en te hunkeren naar een Liefde die mijn leegheid en smerigheid niet afwijst, maar mij daarin alleen maar meer wil omhelzen en vergeven en reinigen en vervullen en veranderen. Crabb ontdekt mij eraan hoe gemakkelijk we wat wenselijk is, verwisselen met de feiten. Zodat we onszelf en elkaar en zelfs God voor de gek houden: we geloven zo fijn geloven, we hebben we zulke mooie diensten, we hebben het goed met elkaar en we zorgen zo goed voor onze jeugd, terwijl de werkelijkheid daar niet aan kan tippen. De schone schijn ophouden. Crabb erkent eerlijk dat zijn hartenkreten misschien wel meer zeggen over zichzelf, dan over de kerk en wil niemand kwetsen die het anders beleeft. Maar tegelijk wil hij toch indringend een spiegel voorhouden in het besef dat hij hierin echt niet de enige is.

Waarheid diep van binnen.
Crabb hunkert naar waarheid. De waarheid die diep binnenkomt en die onze leegte en smerigheid naar boven haalt. De waarheid waar David van spreekt in Psalm 51: 8. De waarheid die David breekt en tegelijk openbreekt naar God. De waarheid die ons als broers en zussen dicht bij elkaar brengt. De waarheid die niet meer de schone schijn hoeft op te houden, maar die ons helpt om de kelders van onze ziel waar de ratten huizen, eindelijk open te gooien. Omdat er een liefde is die dat allemaal weet en erkent en die daardoor niet bekoelt maar des te vuriger gaat branden. De liefde van God in onze harten uitgestort door de Geest. Een liefde die geen kennis zoekt om daarmee te pronken of een ander te meten, maar die helpt om te vechten, om verslavingen los te laten om te veranderen Een liefde die niet wil entertainen, maar de eenzaamheid wil delen en het verlangen wil aanwakkeren om op te staan en terug te keren naar de goedheid van de Vader. Een kerk die, zoals Bonhoeffer het ergens zegt: eerst serieus leert om gemeenschap van zondaren te zijn en alleen zo een gemeenschap van heiligen kan worden. Waar mensen bijeenkomen om met God en elkaar om te gaan zoals Jezus dat deed en daarmee een uitdaging aangaan die elke greintje egoïsme aan het licht zal brengen. Een kerk die vanuit eigen leegheid en smerigheid, niet omdat het zo hoort, maar omdat ze niet anders meer kan, gaat hongeren en dorsten naar God en Zijn liefde.

Groeien in liefde
Met de diepe wijsheid van een middeleeuwse abt, Bernard van Clairveaux, geeft Crabb inzicht in hoe wij mogen groeien naar een beter dan een beter leven. Een leven dat geboren wordt en gaat groeien vanuit God zelf. Een leven dat eerst gebroken wordt door het inslaande besef, dat zelfs onze beste werken allemaal onvolmaakt en met zonden bevlekt zijn.
Bernard onderscheidt zo vier stadia van liefhebben.
Als mensen, geschapen naar Gods beeld, hebben wij lief. Maar die liefde is misvormd.
Stadium 1.Vanuit onszelf hebben we alleen onszelf lief omwille van onszelf. Bij een kind kun je dat zien, de verwachting dat iedereen het zou moeten liefhebben. Maar dat blijkt tegen te vallen. Want iedereen is vooral verliefd op zichzelf. Vervolgens leer je God kennen die jou geeft wat mensen niet kunnen en willen: liefde.
Zo kom je in stadium 2: je gaat God liefhebben omwille van jezelf. Want God zal in al jouw noden voorzien. Zo verwacht je van God wat een klant in een restaurant verwacht: dat het eten goed en smakelijk geserveerd zal worden. Maar als je gaandeweg ontdekt, dat die liefde van God voor jou niet vanzelfsprekend is, dat het geen recht maar pure genade is, omdat je zelf volstrekt niet beminnelijk bent, ja, omdat je voor alles een hartgrondige egoïst bent, dan verandert je liefde naar stadium 3: Je gaat open voor God en je gaat Hem liefhebben om Hemzelf. Niet meer vanwege zijn zegeningen, maar om wie Hij is, vol van genade en waarheid. Crabb merkt op dat veel gelovigen zich tussen stadium 2 en 3 bevinden en daartussen ook wel heen en weer gaan. God liefhebben om wat Hij geeft naar God liefhebben om Hemzelf.
En dan het hoogste niveau. Want wie God liefheeft om wie Hij is, ontdekt ook Zijn vurige verlangen naar onze liefde. Dat beseffend gaan de deuren nog verder open. Hoe is het mogelijk, dat de Heilige God blij is met mij en mijn liefde voor Hem! Dat geeft een zinderende kracht die door hart en ziel en lichaam heentrekt. Dat maakt dat je jezelf anders gaat zien. Dat wekt het verlangen om ook met alles Hem te gaan liefhebben. Dat met alles wat er in mijn leven gebeurt, ik Hem wil liefhebben, danken, eren. Dan opent zich een passie voor God waar geen begin en einde meer aan te vinden is. Dan, stadium 4 – zo formuleert Bernard het schijnbaar tegenstrijdig: ga ik mezelf liefhebben omwille van God. In dit liefhebben van mijzelf omwille van God doen niet alleen mijn kwaliteiten en mooie prestaties mee, maar ook en allereerst mijn ellende, mijn leegheid en smerigheid, mijn zonden en gebreken, mijn verdriet en pijn. De passie voor Hem, die God door zijn liefde voor mij ontsteekt, drijft mij ertoe om alles bij Hem te brengen, ook al mijn duistere dingen, in het vertrouwen dat Hij wil vergeven en wil genezen. Maar ook mijn onverhoorde gebeden, mijn eindeloos wachten op de morgen, mijn schreeuwen als van een hert naar het genot der frisse waterstromen vanuit de zekerheid van zijn beloften. Hij zal verhoren, hoe lang het ook duurt. Met dat vertrouwen maak ik mijn God zo blij!

Lord of the dance.
Met de wijsheid van Bernard van Clairveaux opent Crabb hier voor mij de vensters op God en de passie naar Hem. Dat mag elke kerkdienst tot een onvergelijkbaar feest maken. Niet alleen om wat we hebben ontvangen en delen, maar eigenlijk eerst en vooral, om wat we niet hebben. De Geest die in ons dat verlangen, die hartstocht naar God opwekt. Het verlangen naar die waarheid die ons diep van binnen zal bevrijden van onze verslaving aan ons eigen ik. De barmhartige ruimte voor jezelf en de ander als die oude verslaving nog altijd trekt en toeslaat. Ontdekken dat de goedheid van de Vader ons trekt en uitnodigt om het feest van de liefde van de drie-enige God zelf mee te gaan dansen, schoorvoetend, onbeholpen, stuntelige pasjes, maar toch, een kerkdienst als een dans naar God toe. Geopend door het evangelie, geleid door de Geest. Of zoals Crabb het choquerend zegt: “ Hongerige mensen gaan op jacht naar voedsel. Mensen met een gevulde maag wrijven over hun buik en laten een boer. Hoeveel van onze lofprijzing is niet meer dan wrijven over onze buik en het laten van stinkende boeren?” Hij choqueert niet om ons te laten verstommen, maar om juist met onze smerigheid te hunkeren naar Gods waarheid die vrijmaakt, reinigt en stralend nieuw maakt.
Een kerkdienst waar je naar smacht als een verslaafde naar de drank. “O Heer, mijn ziel en zinnen smachten en dorsten naar U in een land, waarop de zon verzengend brandt, -schenkt Gij mijn leven nieuwe krachten”. Zo omschrijft Crabb de ware aanbidding als “een heilige verslaving aan God, die zijn energie ontleent aan waarheid, aan het voorrecht de bron van al het goede te kennen, aan het vooruitzicht om te dansen op zijn feest in de nieuwe wereld en nu alvast een paar danspas je leren… De kerkdienst als een dans waarin we naar God toe dansen, door Hem geopend en geleid en waarin we iedereen mogen uitnodigen: Kom, ga met ons en doe als wij, hier leer je de dans van het eeuwige leven. Ook al zit je nog verlamd en stukgeslagen in je stoel, God begint altijd daar waar je nu bent, met de belofte dat je eenmaal de sterren van de hemel zult dansen!
Dance, Dance, wherever you may be
I am the Lord of the Dance, you see!
I live in you, and you live in Me
And I lead you all in the Dance, said He!

Naar aanleiding van Larry Crabb, De ideale kerk, Waar onvolmaakte mensen God ontmoeten
luister hier  naar het lied Lord of the dance:

 

Koning Joas kreeg royaal en genadig de totale overwinning op de vijand beloofd.
Maar hij greep Gods uitgestoken hand niet met beide handen vast. De vijand bleef
En toch ging God door.
Eens zal de laatste vijand , de dood verzwolgen worden in de overwinning van Jezus Christus
Wie dat blijft verwachten, zal het meemaken

14 Toen Elisa ziek was geworden en op sterven lag, zocht koning Joas van Israël hem op. Huilend riep hij uit: ‘Vader, vader! Strijdwagen en ruiterij van Israël!’
15 Elisa zei tegen de koning: ‘Haal een boog en pijlen.’ Toen Joas dat gedaan had, 16 zei Elisa: ‘Span de boog.’ Joas spande de boog, en Elisa legde zijn handen over de handen van de koning heen 17 en zei: ‘Open het venster dat uitziet naar het oosten.’ Joas opende het venster, en Elisa zei: ‘Schiet!’ De koning schoot een pijl af, en Elisa zei: ‘Deze pijl is een overwinningsteken van de HEER. Deze pijl betekent de overwinning op Aram. Bij Afek zult u Aram vernietigend verslaan.’
18 Daarna zei Elisa: ‘Pak uw pijlen.’ Joas nam de pijlen in zijn hand en Elisa zei tegen de koning: ‘Sla met de pijlen op de grond.’ Joas sloeg driemaal met de pijlen op de grond, niet vaker. 19 Toen riep de godsman woedend uit: ‘Had maar vijf of zes keer geslagen! Dan zou u Aram vernietigend verslagen hebben. Nu zult u Aram maar drie keer een nederlaag toebrengen.’
20 Elisa stierf en werd begraven. Het was het seizoen waarin elk jaar weer Moabitische benden het land binnenvielen. 21 Toen de plunderaars eraan kwamen, werd er juist iemand begraven. Snel wierpen ze de dode in Elisa’s graf. Zodra hij in het graf in aanraking kwam met het gebeente van Elisa, kwam de dode weer tot leven en stond hij op.
22 Koning Hazaël van Aram had Israël gedurende de hele regeringsperiode van Joachaz onderdrukt.23 Maar de HEER was de Israëlieten genadig. Hij kreeg medelijden met hen en was met hen begaan vanwege het verbond dat hij met Abraham, Isaak en Jakob gesloten had. Hij wilde de Israëlieten niet uitroeien en verstootte hen niet, zoals hij dat tot op de dag van vandaag niet heeft gedaan. 24 Toen koning Hazaël vanAram stierf, volgde zijn zoon Benhadad hem op.25 Joas, de zoon van Joachaz, heroverde op Benhadad, de zoon van Hazaël, de steden die de vader van Benhadad in de oorlog op Joachaz veroverd had. Driemaal bracht hij hem een nederlaag toe en hij heroverde de steden voor Israël.