We geloven dat God het leven van zijn kinderen leidt. Maar wat mogen we daarvan verwachten.
Waar moeten we op letten. Hoe werkt dat in de praktijk?
Daarover zondag meer aan de hand van het verhaal van Paulus op weg naar Rome.

Teksten:

Handelingen 19
21Na deze gebeurtenissen vatte Paulus het plan op om eerst nog naar Macedonië en Achaje te reizen en vervolgens naar Jeruzalem te gaan. Hij verklaarde: ‘Als ik daar ben geweest, moet ik ook een bezoek aan Rome brengen.’ 22Hij zond twee van zijn medewerkers, Timoteüs en Erastus, naar Macedonië en bleef zelf nog enige tijd in Asia.

Handelingen 20
22Nu ben ik op weg naar Jeruzalem, gedreven door de Geest, zonder te weten wat me daar te wachten staat, 23behalve dan dat de heilige Geest me in iedere stad verzekert dat gevangenschap en vervolging mijn deel zullen zijn. 24Ik hecht echter niet de minste waarde aan het behoud van mijn leven, als ik mijn levenstaak maar kan voltooien en de opdracht uitvoeren die ik van de Heer Jezus ontvangen heb: getuigen van het evangelie van Gods genade.

Handelingen 21
Nadat we ons met moeite van hen hadden losgemaakt, kozen we zee en zetten rechtstreeks koers naar Kos. De dag daarop bereikten we Rhodos, en van daar voeren we naar Patara. 2Daar vonden we een schip dat de oversteek naar Fenicië zou maken. We gingen aan boord en voeren weg. 3We kregen Cyprus in zicht, maar lieten het links liggen en zeilden verder naar Syrië, waar we de haven van Tyrus binnenliepen. Daar moest het schip zijn lading lossen. 4We gingen op zoek naar de leerlingen en bleven een week bij hen. Geïnspireerd door de Geest zeiden ze tegen Paulus dat hij niet moest doorreizen naar Jeruzalem. 5Maar toen ons oponthoud ten einde liep, vertrokken we weer, uitgeleide gedaan door alle leerlingen met hun vrouwen en kinderen. We gingen de stad uit en knielden samen neer op het strand om te bidden. 6Toen namen we afscheid van elkaar. Wij gingen aan boord van het schip en de leerlingen keerden terug naar huis.
7Vanuit Tyrus kwamen we in Ptolemaïs aan, waar we onze zeereis beëindigden. We begroetten de broeders en zusters en bleven één dag bij hen. 8De volgende dag vertrokken we weer en gingen op weg naar Caesarea. Daar vonden we onderdak bij Filippus, een verkondiger van het evangelie en een van de zeven wijze mannen. 9Hij had vier ongetrouwde dochters, die de gave van de profetie bezaten. 10Na enkele dagen kwam er een profeet uit Judea, die Agabus heette. 11Hij zocht ons op, pakte Paulus’ gordel en bond daarmee zijn eigen handen en voeten vast. Toen zei hij: ‘Dit zegt de heilige Geest: “Zo zal de man van wie deze gordel is, worden vastgebonden door de Joden in Jeruzalem, die hem aan de heidenen zullen uitleveren.”’ 12Toen we dit hoorden, drongen wij en de gelovigen van Caesarea er bij Paulus op aan om niet naar Jeruzalem te reizen. 13Maar Paulus antwoordde: ‘Waarom proberen jullie me door je tranen te vermurwen? Ik ben niet alleen bereid me in Jeruzalem gevangen te laten nemen, maar ook om er te sterven omwille van de naam van de Heer Jezus.’ 14Omdat hij zich niet liet overreden, deden we er het zwijgen toe en zeiden alleen nog: ‘Laat gebeuren wat de Heer wil.’

Hier kun je meer horen en zien:

https://www.facebook.com/ngkdepelgrim/videos/269584257014201/

Handelingen 18 (HSV)

1 En hierna ging Paulus uit Athene weg en kwam in Korinthe.
2 En hij trof er een Jood aan van wie de naam Aquila was, afkomstig uit Pontus, die onlangs uit Italië gekomen was, en Priscilla, zijn vrouw (omdat Claudius bevolen had dat al de Joden uit Rome weg moesten gaan) en hij ging naar hen toe.
3 En omdat hij hetzelfde beroep uitoefende, bleef hij bij hen en werkte er; want zij waren tentenmakers van beroep.
4 En hij sprak iedere sabbat in de synagoge en probeerde Joden en Grieken te overtuigen.
5 En nadat Silas en Timotheüs uit Macedonië gekomen waren, werd Paulus er door de Geest toe aangezet tegenover de Joden te getuigen dat Jezus de Christus is.
6 Maar toen zij zich verzetten en lasterden, schudde hij het stof van zijn kleren en zei tegen hen: Uw bloed zij op uw hoofd, ik ben rein; vanaf nu zal ik naar de heidenen gaan.
7 En hij vertrok vandaar en kwam in het huis van iemand met de naam Justus, die God diende en van wie het huis aan de synagoge grensde.
8 En Crispus, het hoofd van de synagoge, geloofde met heel zijn huis in de Heere; en velen van de Korithiërs die Paulus hoorden, geloofden en werden gedoopt.
9 En de Heere zei ‘s nachts door een visioen tegen Paulus: Wees niet bevreesd, maar spreek en zwijg niet,
10 want Ik ben met u en niemand zal de hand aan u slaan om u kwaad te doen, want Ik heb veel volk in deze stad.
11 En hij verbleef daar een jaar en zes maanden en gaf in hun midden onderwijs in het Woord van God.
12 Maar toen Gallio stadhouder van Achaje was, stonden de Joden eensgezind tegen Paulus op en brachten hem voor de rechterstoel.
13 Zij zeiden: Deze man haalt de mensen over om God te dienen in strijd met de wet.
14 Maar toen Paulus zijn mond wilde openen, zei Gallio tegen de Joden: Als er een of ander onrecht of een misdrijf begaan was, o Joden, dan zou ik u met reden verdragen;
15 maar als er een geschilpunt is over een woord, over namen en over de wet die onder u geldt, dan moet u het zelf maar zien; want ik wil over deze dingen geen rechter zijn.
16 En hij joeg hen van de rechterstoel weg.
17 Toen grepen alle Grieken Sosthenes, het hoofd van de synagoge, en sloegen hem vóór de rechterstoel. Gallio trok zich echter niets van deze dingen aan.

Lezen Rechters 10: 6- 12: 7

Gemeente

Wat is goed en wat is slecht,
wat is krom en wat is recht,
wat is gaaf, wat is kapot.
Alles is anders, in de ogen van God. (KinderOpwekking 222)

Dat kinderliedje dat we een paar weken geleden zongen
Vragen die in de opvoeding van je kinderen voorbij komen

Wat mag en wat niet
Wat is lief en wat is stout
Wie is God?
Wat wil Hij
Wat geef je als ouders door en laat je zien?

Soms is dat duidelijk en soms ook niet
Soms denk je het te weten totdat je er opeens met heel andere ogen naar kijkt.

Soms lees je dezelfde Bijbel in dezelfde kerk in hetzelfde geloof, en kom je tot heel verschillende uitkomsten.

En dat, lieve mensen, hoort erbij
In de brief aan de Hebreeën lezen we dat de christenen om volwassen te worden in het geloof hun zinnen moeten oefenen om goed en kwaad te onderscheiden (Hebreeën 5: 14)

Het verhaal van Jefta vormt zo’n oefening
Opmerkelijk qua inhoud, maar ook qua vorm binnen het boek Rechters.
Wat wordt er veel besproken.
Eerst tussen God en zijn volk
Dan tussen Jefta en zijn broeders
Daarna tussen Jefta en de koning van Ammon
En dan op het moment suprême blijft het angstig stil

Want de climax van dit verhaal is de gelofte van Jefta en wat hij daar vervolgens mee doet.
Als dank voor de overwinning belooft hij de HEER een brandoffer
En als dat zijn dochter, enige kind, blijkt te ziijn deinst hij er niet voor terug dat offer te voltrekken
Ik weet, in de protestantse traditie is zij tot een voortijdige non gemaakt en in de middeleeuwen durfden ook joodse uitleggers de gruwelijke werkelijkheid niet meer te herhalen.
Ze stonden in die die dagen toch al onder de verdenking kinderoffers te brengen
Maar een eerlijke exegese laat geen andere conclusie toe dan dat het meisje de gelofte van haar vader met de dood heeft moeten bekopen.zie Eric Peels

Wie was deze Jefta en hoe kwam hij hiertoe.
In commentaren en preken worden grote woorden gebruikt,
recht tegenover elkaar:
Voor de één is Jefta de grote geloofsheld
Voor de ander een macho die zijn eigen kind opoffert aan zijn grote ego
Wie hem tot een geloofsheld verklaart, ontkent dat het meisje feitelijk gedood is.
Nee, ze is maagd gebleven in haar toewijding aan God.
Want een geloofsheld die een kinderoffer brengt is Bijbels gezien onmogelijk
En Jefta wordt met ere genoemd in de galerij van geloofshelden in Hebreeën 11: 32-34

Wie is dus Jefta
Een geloofsheld, macho egotripper?
Of een mens als jij en ik die zomaar kan uitglijden
In welke spiegel laat de profetische Bijbelverteller ons hier kijken?
Of met het thema van het hele boek Rechters:
Hoe laat ook Jefta ons zien, dat het fout gaat als er geen koning is in Israël en ieder doet wat goed is in eigen ogen.

Het verhaal begint met het oude liedje dat Israël de HEER weer heeft verlaten en andere goden achterna loopt
Waarop de HEER hen aan hun keuze overgeeft en brengt onder de knoet van hun vijanden
Ammon deze keer.
Bij dat oude liedje hoort ook de roep om Gods hulp
Alleen wordt nu het liedje onderbroken als de HEER weigert te helpen. Ik stop er mee.
Zoek het maar bij de goden die jullie gekozen hebben.

Kiezen: dat speciale woord uit de intimiteit van de relatie tussen de HEER en Israel
een woord uit de sfeer van de liefde
Zo had God Israel uitverkoren en tot zijn eigen kind aangenomen
En dan lezen we dat met dit woord kiezen toch een vonk van Gods liefde op het volk overspringt
Het krijgt berouw, doet de andere goden weg en gaat God weer dienen
En dan : misschien wel mooiste zinnetje in deze hele geschiedenis:
Toen kon de HEER niet langer aanzien hoe moeilijk Israël het had.
Letterlijk staat er: toen kromp zijn ziel ineen.
Wat haast menselijk herkenbaar.
En Hij gaat Israël toch weer helpen, in liefde kan Hij niet anders

Als Israël op zoek gaat naar een leider in de oorlog, introduceert de verteller ons Jefta,
Een bekwaam militaire aanvoerder, ok
De zoon van een beroemd man: Gilead, , ook ok
Alleen verwekt bij een hoer.
Om die reden door zijn broers de familie en het land uitgezet.
Afgesneden van Gods volk, en van Gods plan met dat volk.
En dat is bepaald niet ok
En met Abimelech van vorige week in gedachten houden we ons hart vast.
Ook zo’n afgewezen bastaardkind met een spoor van dood en verwoesting tot gevolg
Maar Jefta is anders.
Ja, hij is de aanvoerder van een stel outlaws en vechtjassen
Maar hij wreekt zich niet op zijn broers zoals Abimelech (zie: zie preek)
Hij neemt de wijk en woont in Tob
Een knipoog van de verteller
Want tob betekent goed.
Want wat we verder horen klinkt best tof.
Jefta heeft van grond af een nieuw bestaan opgebouwd
En hij laat zich de kaas niet van het brood eten.
Als zijn broers bij hem om hulp komen, dan geeft hij wel terug hoe het zit
Ik de verstotene, mag het nu wel voor jullie opknappen?
Dat kan alleen als ik jullie leider word
Hij de gehate en verstoten hoerenzoon, wordt nu het hoofd
De steen die de bouwers afkeurden
is een hoeksteen geworden.
Dit is het werk van de HEER,
een wonder in onze ogen. (Psalm 118: 22v)
Het is het werk van die HEER die ook zelf door zijn eigen volk was verlaten, maar die toch in liefde niet anders kon dan hen weer helpen
Jefta en de HEER hebben wel wat van elkaar

Ik noemde al zijn geloof en Bijbelvastheid
Jefta is het die in het gesprek met zijn broeders de HEER ter sprake brengt.
Hij brengt alles voor Gods aangezicht
Zijn uitlandigheid, zijn ellende, heeft Hem niet van God vervreemd, integendeel.
Afgesneden van alles dat hem basis en toekomst gaf,
vond hij houvast bij God en bij zijn woord

Vooral in het gesprek met de koning van Ammon blijkt hoezeer Jefta thuis is in die eerste vijf boeken van de Bijbel, de Thora,
Gods wegwijzer ten leven
Je ziet wel vaker dat mensen die buiten de kerk zijn geraakt,
soms intenser met God en de Bijbel bezig zijn dan binnen de kerk.
Voor hen is het geen gewoonte of bijgelovigheid meer, maar een oprecht zoeken van God.
Zijn beroep op de Thora in dat gesprek met de koning van Ammon kan ik nu niet allemaal aanwijzen.
Maar het allermooiste is dat hij via Balak de koning van Moab uit Num 24 wijst op het geheim van Israel
Geroepen om een zegen te zijn voor alle volken van de wereld
Dat het door God aan Israël gegeven stukje aarde niet alleen een woonplaats was,
maar het begin van een nieuwe aarde
om vandaar uit de zegen te laten uitgroeien voor de hele wereld.

De oproep van Jefta aan de koning was Ammon is dus:
wees geen vijand, maar zoek de vrede van Israël en je zult gezegend worden.
Jefta de krijgsheer zoekt niet de strijd maar allereerst de vrede van God
Maar helaas Ammon weigert de uitgestoken hand en valt aan.

Op dat moment toont de HEER zijn instemming met Jefta door Hem zijn Geest te geven
En Jefta trekt op gedreven door de Geest
Eerst door het eigen gebied heen om manschappen te mobiliseren en dan op Ammon aan.

En dan in die flow klinkt die gelofte.
Als u de Ammonieten aan mij uitlevert, dan zal de eerste die me bij mijn behouden thuiskomst tegemoet komt voor u zijn; die zal ik als brandoffer aan u opdragen

Een gelofte is op zich een mooi Bijbels gebruik
Geen dealtje
Als ik dit, dan u dat
Nee, met een gelofte verankerde je je afhankelijkheid van God
Je legt van te voren vast dat bij een goede afloop alle credits voor de HEER alleen zijn.
Niet mijn prestatie, maar zijn trouw
Zoals Hanna de moeder van Samuel
Heer schenk mij een zoon, dan schenk ik hem aan u, om u levenslang te dienen.
Geen dealtje maar vooraf de verzekering van haar afhankelijkheid en toewijding.
En zoals Jefta zijn gelofte begint, zou het net als bij Hannah nog heel mooi en sterk zijn:
iemand uit zijn huishouding toewijden aan het dienen van God
Maar waar hij een punt had moet zetten, knalt hij door
Met maar twee woorden in het Hebreeuws ten brandoffer.

Waarom deze toevoeging?
We kunnen slechts gissen.
Bravoure van de soldaat vlak voor de strijd?
Doorgeslagen enthousiasme?
Wie zal het zeggen.

Veel belangrijker is wat hij daar vervolgens mee doet.
Wie me bij mijn behouden thuiskomst tegemoet komt, zal voor u zijn; ten brandoffer.

Dan komt zijn dochter, zijn enig kind, hem dansend tegemoet.

Jefta die had gevochten voor de toekomst van Gods reddingswerk
Ziet zijn eigen persoonlijk aandeel daarin nu in rook opgaan.
Want via zijn dochter zou hij door nageslacht delen in dat toekomstige reddingswerk van God
Meewerken aan de komst van de Messias die ooit uit Israel geboren zou worden.
Kinderzegen in het OT stond in dat perectief.
En daarom roept hij
Ach mijn kind, dat jij me deze slag moet toebrengen, dat juist jij het bent die me in het ongeluk stort! Ik heb de HEER een gelofte gedaan en daar kan ik niet op terugkomen.

Velen vallen over deze uitroep
Wat een egoïst
Een staaltje van blaming the victim
Het slachtoffer de schuld geven
Ik durf het niet te zeggen of de verteller ons tot zo’n conclusie wil leiden.
Ik vermoed toch meer dat de Bijbelverteller hierin de wanhoop van Jefta wil verwoorden.

Dat hij als in een flits ziet hoe zijn kracht, zijn houvast in het woord van God, nu zijn ondergang wordt
Ik heb de HEER en gelofte gedaan, ik kan niet meer terug.

Wat mij opvalt, is dat elke tegenwerping ontbreekt
God zwijgt
De omstanders zwijgen
En het meisje zelf gaat volkomen met haar vader mee..
Vader doe wat u De HEER heb toegezegd
Dit lijkt Bijbels
Psalm 15 zegt: iemand die bij God hoort breekt zijn eed niet, al brengt het hem nadeel
Dat is de stijl van God zelf
Betrouwbaar in wat Hij zegt.
Woorden moeten betrouwbaar zijn
Dat is van levensbelang, heeft Jefta ontdekt, toen in den vreemde Gods woord zijn houvast werd..
Ik heb de HEER en gelofte gedaan, ik kan niet meer terug.
Door en door principieel

Het meisje vraag 2 maanden uitstel om met haar vrienden te bewenen dat ze nooit de bruid zal worden.
Ook hier horen we weer wat ook voor haar het zwaarste woog.
Niet haar leven, maar haar aandeel in de komende verlossing van de HEER, via een huwelijk en nageslacht
Het heeft dus alles met hun geloof in God te maken
Door en door principieel

Maar vraagt God dit offer echt?
Moet je echt altijd wat je zegt, ook doen?
Wat het ook is?

De Bijbelverteller onthoudt zich van commentaar
Al geeft hij wel een hint
De overwinning van Jefta heeft bitter weinig opgeleverd
Het directe vervolg is een bloedige broederstrijd
Kent men aan de vruchten niet de boom?
Met al zijn geloof en Bijbelvastheid komt Jefta uit bij Abimelech

Dus nee, hier gaf God niet zijn zegen op
dit wilde God dus niet
Kinderoffers zijn een gruwel in Gods ogen

En als je op basis van Gods woord toch vindt van wel,
dan ga je fout met dat woord van God om.
God heeft zijn Thora gegeven als een weg ten leven,
maar je kunt er zo mee omgaan, zal Paulus later zeggen dat het een dodelijk werktuig wordt,
Als de letter van de wet los raakt van de geest van de wet.

Is dit dan de les die de verteller Israel heeft willen leren?
Denk niet dat je er bent, als je maar trouw en gehoorzaam Gods wet volgt.
Ook dan heb je die koning nodig om jou helpen de wet zo te verstaan dat het niet jouw wil is, maar echt Gods wil.

Jefta had nooit deze gelofte zo mogen doen.
Maar dat was nog niet eens het probleem, maar wel dat hij daarna verklaart:
Ik kan er niet op terugkomen
Dat klinkt heel vroom, rechtdoorzee, bijbels onderbouwd
Maar het is een leugen.

Niet alleen, omdat de Thora ook de mogelijkheid biedt om er onder boetedoening wel op terug te komen, Lev 5: 4v.
maar vooral omdat het miskent wie God is.
Een God van liefde en genade.
Wiens ziel ineenkrimpt als Hij een mens verloren ziet gaan.
De God die ons onze zonden nu juist niet betaald wil zetten,
maar ons ervan wil bevrijden
De God die tegen de grootste schurk zegt:
ik wil niet dat je sterft nee, bekeer je en leef. (Ezechiel 18: 23)
De God die daar echt alles voor over heeft gehad..

Jefta had bij deze God zijn fout kunnen belijden
Ik moet er opterugkomen, HEER vergeef het mij
Dat is allemaal niet zo sterk en stoer
Maar dat hoeft ook niet
Bij God mag je zwak en klein zijn
Mag je falen
Hoef je je zonden niet te verbergen

Jefta die dacht trouw te zijn aan wat God van hem vroeg,
werd ontrouw aan wie God echt is.
Een God van liefde en genade.
Wat zou er gebeurd zijn, als Jefta voor God en zijn dochter en heel het volk zo op de knieën was gegaan.
Hem zo had geëerd en beleden door klein te worden
Wat een boodschap en voorbeeld had hij dan gegeven
Kostbaarder dan al zijn stoere trouw en kracht bij elkaar.
Evangelisch
Verlossend

Jefta laat ons zien dat niet alleen de trouweloze, de overtreders, de losbollen maken dat er een koning nodig is in Israel, maar ook de wetsgetrouwen.
Die koning naar Gods hart
Die koning die met zijn leven en vooral met zijn sterven heeft laten zien:
dat Gods waarheid altijd genadig is
en dat daarom zijn genade zo waarachtig is.
Jezus Christus, Zoon van God en Zoon van david

Zien we de spiegel waarin wij moeten kijken?
Juist als Bijbelvaste christenen ,
Dat rechtzinnigheid zomaar rechtlijnigheid kan worden?
Dat godsvertrouwen zomaar vroom zelfvertrouwen wordt
Dat we niet meer voor Gods troon blijven staan,
maar naast God gaat zitten
met onze grote woorden, met onze oordelen
Dit is goed en dat is slecht,
En dat we vergeten het het soms zo anders is in de ogen van God

Was Jefta slecht?
Goed en slecht
we kunnen veel van hem leren
Zijn houvast bij God en zijn woord dat een mens wijsmaakt tot zaligheid
Als we ook maar van hem leren
dat wie God willen dienen meer dan anderen moeten beseffen hoezeer ze Gods genade nodig hebben en zich daar niet voor schamen
Je kinderen de weg wijzen met Gods woord in de hand
Doe het
Niet als de perefecte ouders maar als mensen die telkens zelf op de knieën moeten
Maar wijs hen vooral de weg door te laten zien
Wie God is
Je niet sterk maken in het: ZO IS HET
Maar steeds meer in het: ZO IS HIJ!
Zoek het bij Hem, schuil bij Hem en volg Hem!

Amen

Gelezen:
Rechters 8: 22-1O:2

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Leugen en bedrog
Geweld en slachtpartijen
En machthebbers die maar doen
Met de beelden van Syrië, Oekraïne Nigeria en noem maar op vandaag op ons netvlies moet je zeggen, er is in al die eeuwen nog niet veel veranderd in deze wereld.

De wereld van het boek rechters in het midden oosten, plusminus 1200 voor Christus.
Wat afschuwelijk herkenbaar

Even in het kort:
Een bastaard zoon van de richter Gideon grijpt de macht en vermoordt zijn zeventig halfbroers in Ofra

Hij doet dat door een complot te smeden met de inwoners van de stad Sichem.

één broer ontsnapt het: Jotham, die een vloek uitspreekt over Abimelech en Sichem vanaf de berg Gerizim

Na enig tijd komt tweedracht tussen Abimelech en de Sichemieten.
Een bondgenootgenootschap in het kwaad is ook nooit zo stabiel
De Sichemieten proberen Abimelech onderuit te halen dat mislukt en hij slaat bloedig terug
Duizenden mensen komen op een verschrikkelijke manier aan hun einde
Zo worden er duizend in een keer levend verbrand
Tenslotte wordt Abimelech bij het stadje Tebes gedood door een vrouw die een steen op zijn hoofd gooit.

Alleen maar verliezers en onbeschrijfelijke ellende.

Wat moeten wij met dit verhaal en wat is hierin het goede nieuws?

Om te beginnen dit: het feit dat dit open en eerlijk in de Bijbel staat
Het vertelt me dat de Bijbel niet ergens in de wolken zweeft maar midden in deze wereld met alles wat hier gebeurt.
Dat maakt de Bijbel voor mij geloofwaardig
Temeer omdat hier het kwaad binnen Gods eigen volk openlijk ter sprake komt
Kwaad in de wereld is erg
Kwaad in de kerk is nog veel erger
Je kunt je geloof erom verliezen.
Maar God weet er alles van
En hoe zwart en diep de put ook, God heeft er raad mee geweten, ook toen
Want we lezen van een richter Tola door God gestuurd om het volk uit dit diepe dal omhoog te halen
En het is gelukt
Anders hadden wij hier niet gezeten

Wat kunnen we uit dit verhaal leren?

Rechters 9 heeft ons wat te zeggen over de ontsporing van leiderschap als belangrijke reden van heel veel ellende.

Om zo tegen deze donkere achtergrond het alternatief van de evangelische weg en Bijbels leiderschap te laten oplichten.

Het thema leiderschap gaat als een rode draad door heel de tijd van de Rechters heen.
Het boek onthult hoe het binnen Gods volk van kwaad tot erger gaat en het eindigt met verhalen die niet meer geschikt zijn voor onder de 18.
Het wordt binnen Israel erger dan Sodom en Gomorra.
Misbruik, groepsverkrachtingen, moord en massamoord
Het boek eindigt dan met deze zin
In die dagen was er geen koning in Israël en iedereen deed wat goed was in zijn ogen.

We hebben dus een koning nodig, maar wat voor één dan?

Het begint met een antivoorbeeld: Abimelech, Israëls eerste koning

Het ging al fout in zijn jeugd.
Bij zijn vader, de beroemde rechter Gideon.
Gideon was niet eerlijk en had een dubbele agenda
Toen het volk hem koning wilde maken, wees Gideon dat vroom van de hand.

‘Ik zal uw heerser niet zijn, en mijn zoon zal uw heerser niet zijn, want de HEER is uw heerser.
Prachtig, het klopt alleen niet met zijn daden
Hij liet zich wel royaal als een koning belonen
Als een koning nam hij een uitgebreide harem
En zijn zoon noemt hij Abimelech, vader is koning, een ware aap uit de mouw
Wat iemand met de mond belijdt, kan er in de praktijk soms totaal anders uitzien.

Bovendien had Gideon een efod laten maken.

Gideon liet van dit alles een priestergewaad maken. Hij gaf het een plaats in Ofra, waar heel Israël het als een afgod kwam vereren. Dit zou uiteindelijk leiden tot de ondergang van Gideon en zijn familie.
Met een efod dacht men Gods wil te kunnen uitvogelen.
Gideon verzekerde zich zo van een eigen lijntje met de hemel.
Zo’n Efod is een stuk gemakkelijker dan volhardend bidden en gehoorzaam luisteren naar Gods woord
Feitelijk wordt God monddood gemaakt
Vroom, geestelijk, de mond vol van God en noem maar op.
Maar pas op
Als de vroomheid er al te dik bovenop ligt, de Heer voor en na, is dat heel vaak een teken dat men niet God, maar zichzelf dient. Eigenwillige godsdienst noemen we dat.
Samenvattend:
O nee, hij was geen koning. God heerst.
Maar in de praktijk nam hij alles in eigen hand. Met godsdienst om zijn eigen politiek te steunen.

En dan is ook de laatste stap zomaar gezet.
Eigenwillige godsdienst wordt afgodendienst zonder dat je het doorhebt

De HERE de God van Israël wordt ingeruild voor de plaatselijke afgod Baal berit.
Letterlijk Heer van het verbod.
Best kans dat de goegemeente nog oprecht van mening was de God van Israël te dienen, want de Here was toch ook de God van het verbond?
Jahwe Baal berit verschillende namen voor de ene god.
Mooi toch inclusief denken?
Nou mooi niet.
En dat blijkt uit de vruchten die deze nep godsdienst oplevert –

Namelijk een leiderschap waar het onbeschaamd om de macht gaat
Gideon had de basis gelegd, omhuld in vrome woorden..
Abimelech trekt de conclusie: als het met alle vrome woorden toch alleen maar om de macht gaat, laat het daar dan over gaan.
Gaat het daar niet heel vaak om? In de samenleving en in de kerk?
In de meeste kerkelijke conflicten gaat het daarom

Om de macht gaat Abimelech letterlijk over lijken.
Zeventig halfbroers worden op één steen afgeslacht.
IS is er niks bij
Hun enige fout was, dat ze bestonden.
Want wie het om de macht gaat, ziet altijd en overal concurrenten De mannen van Sichem steunen en dekken hem daarin.
Als God niet oprecht wordt gediend, merk je dat in de omgang met elkaar
Hoe meer Gods volk van het echte geloof afdwaalt des te meer de ontsporingen
Op het eerste gezicht lijkt Abimelech niets van zijn vader te hebben, maar Gideon heeft zijn zoon een vervalst geestelijk testament nagelaten Met alle gevolgen vandien

We maken vandaag mee dat het christelijk geloof en de kerken in ons land hard achteruit hollen.
Aan wie ligt dat?
Reden om ook in de spiegel te kijken.

Niet om te gaan zwartepieten, maar wel om geloofscrisis vandaag te zien als een oproep om onszelf te onderzoeken met de vraag: Waar ligt het hart van ons geloof en ons kerkzijn.
Dienen we onszelf
Onze eigen ambities en idealen
of dienen we God
En vrome woorden alleen zijn dan geen garantie
Gideon liet een vals testament aan zijn zoon na
Vroom van buiten rot van binnen
Wat is ons testament?

Ik ga weer terug naar Richteren 9; in deze geschiedenis wordt God maar 1x genoemd 9: 23

Toen zaaide God onenigheid tussen Abimelech en de burgers van Sichem, zodat de burgers van Sichem hun belofte van trouw aan Abimelech braken.

Na drie jaar regering van Abimelech is het God die tweedracht brengt in de relatie van Abimelech met de Sichemieten. Letterlijk staat er dat hij daarvoor een boze geest stuurde
Zo komt Abimelech en zijn koningschap via een wrede en bloedige broederstrijd aan zijn einde

Zo zien we 3 lagen in deze geschiedenis.
God laat de Boze toe om tweedracht te brengen.
De moordpartijen zijn mensenwerk.
Tegelijk is het duivels werk.
Maar het is ten diepste ook een werk van God, Hij heeft het toegelaten.
God brengt zijn kerk in de crisis
Door de Boze
Door zonde en haat in mensenharten
God laat breken, maar niet om te verdelgen, maar juist om te redden.
Zo heeft de Here het anti-koningschap van Abimelech laten breken en verdwijnen om ruimte te maken voor de komst van zijn rijk, voor de koning naar zijn hart.

God laat soms zijn kerk breken
Om te redden
Om de frontlijn tussen de slang en Gods volk zichtbaar te maken
Om zijn kerk terug te brengen tot echte overgave en toewijding
En leiders die daarvoor hart hebben.
Leiders naar Gods hart
Leiders die Gods koninkrijk zoeken
Wat zijn dat voor leiders?

De fabel van Jotam zet ons op een spoor:
Hij vertelt over de bomen die een koning zoeken.
De olijfboom, de vijgeboom en de wijnstok bedanken voor de eer.
Ze zijn niet gemaakt om wat te wuiven boven de andere bomen uit.
Ze zijn gemaakt om olijven te leveren en vijgen en druiven, om zo de mensen en God te dienen.
Koning zijn, wuiven boven de andere bomen uit, is tegennatuurlijk.

Een les in leiderschap.
Als koning ben en blijf je mens tussen de mensen en meer niet, zo gauw je je gaat verheffen kom je in de gevarenzone.
Hoe gemakkelijk kan leiding geven ontaarden in de baas willen zijn, en de eerste verliezer ben jezelf.
Je verliest jezelf
Macht doet wat met een mens.
Abraham Lincoln , beroemde Amerikaanse president zei:
een mens is tegen heel wat bestand, maar wil je een mens echt testen, geef hem macht.

Macht maakt je tot een ander mens
Macht corrumpeert
Niet meer mens tussen de mensen
Nee, je wuift boven de andere mensen uit.
Psychologisch onderzoek schijnt dat zelfs te kunnen aantonen.
Er gebeurt wat in je brein
Mensen met macht verliezen hun vermogen om zich in te leven en om compassie te tonen.

En helemaal een ramp als iemand die leiding geeft te vergelijken is met een doornstruik.
Iemand die de macht nodig heeft om zichzelf te laten gelden.
Kijk naar de achtergrond van zoveel dictators.
Mensen met een verknipte achtergrond die de macht grijpen om zichzelf te bewijzen.
Ook Abimelech een moeilijke achtergrond,
Zoon van een slavin, halfbloed.
Broers die hem voor half verslijten
Een vader met een dubbele agenda.
Een doornstruik aan de macht veroorzaakt, een lawine van ellende
Wat een schade en ellende door al die zogenaamd geestelijke leider in de kerk de eeuwen door
Doornstruiken die wuiven boven de andere bomen uit.

Denk aan de indringende waarschuwing van Jezus
Jullie moeten je niet rabbi laten noemen, want jullie hebben maar één meester, en jullie zijn elkaars broeders en zusters. 9 En noem niemand op aarde vader, want jullie hebben maar één vader, de Vader in de hemel. 10 Laat je ook niet leraar noemen, want jullie hebben maar één leraar, de messias. 11 De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn
En N.B. alsof de duvel er mee speelt:
in de RK kerk wordt de leider heilige vader genoemd
en in de protestantse kerken gebruiken ze de titel dominee en dat betekent heer en meester en in de evangelische groepen kom je de grote geestelijke leiders tegen
Het zit kennelijk diep in ons om het precies verkeerd te doen.

Maar hoe dan, want de kerk heeft wel leiderschap nodig.

Het antwoord ligt in het verlengde van de fabel en is door onze grote koning onze grote leidsman onze Heer en VERLOSSER JEZUS Christus waargemaakt.

Hij kwam van boven, maar werd mens tussen de mensen.
Nederig en zachtmoedig van hart.
Hij is als broeder onze heer en verlosser geworden niet door de baas te spelen of heerschappij te voeren maar door mens te zijn en te blijven, door een bron van liefde en wijsheid en geloof en toewijding en gehoorzaamheid jegens de vader te worden.
Hij is koning geworden door wijnstok te zijn.
Hij heerst niet, Hij dient.

Hij commandeert niet Hij geeft
Hij stuurt niet Hij gaat zelf voorop
Zo leidt Hij ons
Zo is Hij koning door Gods genade.
Vrij om echt te dienen.
Dat is niet alleen niet overheersen,
maar het is ook: niet de mensen naar de ogen kijken en je leiderschap bouwen op de mensen hun zin geven

Jezus doet nog het één nog het ander.
Zijn leiden is dat Hij voorgaat in het geloof
In het zoeken en doen van de wil van zijn vader.
In het zich toevertrouwen aan God
Aan zijn trouw en aan zijn wil
Dat is geestelijk leiding geven
Prachtig hoe de Hebr brief hem typeert:

overste leidsman
en voleinder van het geloof
Hij is de wijnstok en noemt zijn leerlingen de ranken.
Hij leidt door te geven
En zo doen zijn leerlingen vanuit Hem hetzelfde
Zoals Hij gezonden is door de Vader zo zendt ook ons en jullie als ambtsdragers in het bijzonder.
Het is leiden door te geven
Niet door toe te geven
Maar door te geven wat Christus geeft zoals hij het weer van zijn vader heeft gekregen
Laten zien dat je leeft in vertrouwen en gehoorzaamheid
Dat je laat leiden door Christus in liefde voor God en de mensen
Nederig en zachtmoedig van hart
Jezus kwam om de mensen te dienen, maar wij was niet in dienst van de mensen.
Zijn opdrachtgever en zender was zijn vader.
En zo geldt het ook van ambtdragers
Aangesteld door de Geest om de gemeente te dienen.
Vrij om te dienen
Om de gemeente te helpen zichzelf verder op te bouwen in de liefde van Christus. Om geestelijk leiding te geven moet je jezelf laten leiden en vervullen door Christus zelf
Dat je door hem steeds meer God gaat liefhebben en je naaste als jezelf
Ambtsdragers evengoed ook jeugdleiders, muziekleiders vaders en moeders

Maar is dit ook niet het model voor elk leiderschap, ook buiten de kerk?
In de politiek, in het bedrijfsleven, op school
De echte leider vrij om gewoon mens tussen de mensen te blijven
Die inleving en compassie niet als lastig ervaart, maar juist als kracht om dienend te leiden
Die niet overheerst, maar inspireert
Maar die ook weet dat de wens van het volk niet altijd het goede is, niet de kijkcijfers of kiezersgunst zijn leidend
Die dus verankerd moet zijn in iets dat boven zichzelf en de gemeenschap uitgaat.

Leidend is niet de eigen wil, maar ook niet die van de mensen
Maar iets dat dat overstijgt
En wat is het dan een rijkom te weten zeker als je geroepen bent om te leiden dat dat iets niet een ideaal is, maar een iemand,
God,
De schepper van de hemel en de aarde
De Vader van onze Heer Jezus Christus

amen

Het blijft toch altijd weer opvallen dat in het hart van de christelijke verkondiging niet de opstanding maar het kruis centraal staat. In het hart van de christelijke viering treffen we het avondmaal waarin de dood van de Heer verkondigd wordt totdat Hij komt. Simson wijst naar Jezus heen. In meer dan één opzicht, maar vooral in zijn sterven: daar heeft Simson de beslissende slag voor het begin van de bevrijding geleverd.

Twintig jaar Diaconaal Steunpunt is een mooi moment om stil te staan en vooruit te kijken. Dat doen we onder andere met deze uitgave. Stilstaan bij al het moois dat gebeurt in kerken. En vooruitkijken door dit moois te delen en daarmee andere kerken te inspireren.Het diaconaal bewustzijn in onze kerken is de laatste jaren gegroeid en dat is mooi! Er gebeurt veel op diaconaal gebied, zoals uit deze bundel blijkt. Het is goed om dat met elkaar te delen en zo elkaar te inspireren. Ook dat is dienen, delen en doen.

Derk Jan: ‘In de loop van de jaren is er veel veranderd op het diaconale terrein. Was de diaken vroeger iemand die zelf veel hulp verleende, tegenwoordig is de diaken iemand die coördineert, afstemt en gemeenteleden stimuleert zich in te zetten voor hun medemens. Ook ‘het werkveld’ verschuift. Hulp verlenen aan financiële nood in de kerk wordt meer en meer mensen helpen in de samenleving.’

Bron: http://diaconaalsteunpunt.nl/ 20 juni 2018

Voor dit jubileumboekje is o.a. de werkgroep Groene Genade van NGK de Pelgrim geïnterviewd, een mooie bijdrage in tal van mooie ideeën. Zie blz. 25-27 van het boekje.